|
Flora en fauna Costa Rica
Planten
De
begroeiing varieert van tropisch regenwoud in de oostelijke laagvlakten tot
droge steppen in Guanacaste. Het areaal aan regenwoud is de laatste decennia
drastisch gereduceerd en komt nu alleen nog versnipperd voor in met name de
berggebieden van de Cordillera de Talamanca, op het schiereiland Osa en sommige
gedeeltes van de Cordillera Central. Het tropisch regenwoud wordt gedomineerd
door woudreuzen die tot 60 meter hoog kunnen worden. Doordat de felle zon
constant op de kronen van deze bomen schijnt, heerst er in de toppen van de
bomen als het ware een woestijnklimaat. De bomen hebben zich aan deze situatie
aangepast via kleine, dikke, leerachtige bladeren. Lagere begroeiing stelt
in het regenwoud niet veel voor door het gebrek aan zon. Enkele algemene soorten
die hier nog wel groeien zijn aronskelken en wolfsklauwen.
In het relatief droge noordwesten van Costa Rica overheerst de zogenaamde ‘sabana’ vegetatie, bestaande uit grassen, struiken en regengroene bossen met bomen die over het algemeen niet hoger dan 15 meter worden, o.a. kalebas en doornacacia. Deze bladverliezende bomen verliezen hun bladeren in de droge periode. Maar ook de regengroene bossen staan zwaar onder druk; veel bossen zijn gerooid om plaats te maken voor veehouderijen. Ze komen bijna alleen nog maar voor aan de kustlijn van de Stille Oceaan en in Costa Rica zijn dit soort bossen alleen nog te vinden in de nationale parken van Guanacaste en her en der op het schiereiland Nicoya. In dit milieu gedijen ook zuilachtige cactussen goed. Een karakteristieke boom in dit gebied is de onmiskenbare Guanacaste, een lage boom met een wijduitstaande kroon en drager van enorme oorvormige vruchten. Een ander bijzondere boomsoort in de provincie Guanacaste is de ‘palo verde’, de groene boom, familie van de mimosa en nooit hoger dan negen meter en in de bloeiperiode herkenbaar aan zijn trossen gele bloemen. Andere opvallende planten zijn de kalebasboom en de Amerikaanse balsemboom, herkenbaar aan zijn roodbruine, papierdunne bast en aromatische hars.
Nationale boom van Costa Rica Boven
de boomgrens, vanaf ca. 2800 meter, is
nauwelijks begroeiing te vinden, op wat lage struiken, mossen en grassen na.
Deze begroeiing is onder andere te vinden op de Cerro de la Muerte, de Cerro
Chirripó en de vulkaan Irazú.
Een boom die aan de Caribische kust veel voorkomt is de broodboom, een afstammeling van de Zuidoostaziatische broodboom. De 20 meter hoge, altijdgroene boom heeft donkergroene, glanzende bladeren, die wel een meter lang kunnen worden.
Dieren
De apen van Costa
Rica behoren allemaal tot de mensapen en zijn familie van de mensapen
uit de Oude Wereld, zoals gorilla’, chimpansees en orang-oetans. De apen
van de Oude en de Nieuwe Wereld zijn echter al vele miljoenen jaren van
elkaar gescheiden en hebben zich daardoor verschillend ontwikkeld. De
apen van Latijnsamerika en dus ook van Costa Rica zijn allemaal
boombewoners met een grijpstaart als een soort vijfde ledemaat.
Tandarme zoogdieren
zoals gordeldieren, luiaards en miereneters komen veel voor in Costa
Rica.
Katachtige roofdieren uit Noord-Amerika bereikten Zuid- en
Midden-Amerika pas toen de landengte tussen Noord- en Zuid-Amerika tot stand
kwam. Naast de bekende jaguar leven in Costa Rica ook de volgende katachtigen:
poema, ocelot, margay, en jaguarundi.
De
grootste zoogdierorde in Costa Rica is die van de vleermuizen, waarvan circa
honderd soorten voorkomen. Het zijn niet alleen insecteneters maar eten ook
onder andere fruit, nectar, muizen en kikkers. Bijzondere knaagdieren zijn de agouti of goudhaas en de paca. Hoefdieren komen niet zoveel voor, alleen enkele soorten dwergherten (o.a. virginiaherten en witstaartherten), kraagpecari’s en witlippecari’s of borstelzwijnen, en tapirs.
Opmerkelijke verschijning is het boomstekelvarken. In de wateren van het Refugio de Fauna Silvestre Barra del Colorado in het noordwesten van Costa Rica zitten de wateren vol met sábalo of tarpon, robaló of Caribische snoek, guapote, macarela of makreel en de gaspar of beensnoek. De gaspar wordt wel een levend fossiel genoemd omdat deze vis tot de orde van de straalvinnigen behoort. Het nevelwoudreservaat Monteverde was het enige gebied ter wereld waar de zeldzame ‘sapo dorado’, een goudkleurige pad, voorkwam. Sinds enkele jaren zijn deze unieke dieren niet meer gesignaleerd.
Het reservaat Lomas Barbudal is vooral van belang voor insecten. Ruim 250 soorten bijen zijn hier geteld en ook vele soorten wespen, vlinders en motten. Parque
Nacional Cahuita is belangrijk vanwege het koraalrif dat zich tot 500 meter voor
de kust uitstrekt. Daar leven tientallen soorten koraal, waaronder:
elandgeweikoraal, hersenkoraal, waaierkoraal of zeewaaier, sterkoraal en
brandkoraal. Tussen het koraal zwemmen prachtig gekleurde vissen zoals de
blauwgeel gekleurde gele engelvis, de zwartgeel gekleurde engelvis, de
troepiaalvis of hertogvis en de blauwe papegaaivis. Verder leven er op het rif
barracuda’s, stekelroggen, drie soorten haaien en zes soorten murenen. Het Parque Nacional Corcovado is een regenwoudgebied met enorme rijkdom aan planten en dieren: 6000 soorten insecten, 500 boomsoorten, 367 soorten vogels, 140 zoogdieren, 117 reptielen en amfibieën en 40 soorten zoetwatervissen zijn het park aangetroffen.
Vogels
Met meer dan 800 vogelsoorten, waarvan 200 trekvogels, is Costa Rica een waar walhalla voor vogelaars. De nationale vogel van Costa Rica is de onopvallende Grays lijster.
De meest waargenomen roofvogels van Costa Rica zijn een aantal giersoorten: kalkoengier, zwarte gier en de zeldzame koningsgier. De laatste vogel komt nog voor in het Lomas Barbudal reservaat en het nationale park Corcovado. Van de kleine roofvogels is de lachvalk erg opvallend en verder de kaalpootschreeuwuil, de bonte bosuil en de kuifuil.
Langs traag stromende rivieren leven grote steltlopers en andere watervogels als de roze lepelaar, witte ibis, de zeldzame rode ibis, bosooievaar, zwartbuikfluiteend, blauwvleugeltaling en de grote maar zeldzame jabiru. Een aantal reigersoorten is de koereiger, de tijgerroerdomp en de schuitbekreiger.
Het eilandje Isla Bolaños (prov. Guanacaste) werd in 181 uitgeroepen tot een beschermd natuurgebied voor de broedende bruine pelikanen, Amerikaanse bonte scholeksters en Amerikaanse fregatvogels. Verder komen hier ekstergaaien en zwarte gieren voor.
Toekans: zwavelborsttoekan, Swainson toekan, smaragdtoekan, groene bergtoekan
Papegaaien (± 20 soorten): rode ara, geelnek amazone, Salvins amazone, kleine witvoorhoofd amazone, spechtpapegaai, groene aratinga, de zeldzame geelvleugelara, karmozijnara
Kolibries (± 54 soorten): langsnavel zonzoeker, cerisekolibrie, de violette sabelvleugelkolibrie, heremietkolibrie, smaragdkolibrie, tzacati-amazilia, groene violetkolibrie, groenkruinbriljantkolibrie, roodbekkolibrie
Zangvogels: o.a. boomklever, ovenvogel, mierenvogel, roodkopmannequin, wevervogel, tangara
Bijzondere vogels: Montezuma Oropéndula, bergmerel, zwarte guan (soort boskalkoen), gekraagde arassari, gestreepte specht, klokvogel, blauwkapmotmot, wenkbrauwmotmot, bruine hokko, roodvoetrotspelikaan, gevlamde keelkweler
Reptielen en amfibieën
Van de 135 soorten slangen die in Costa Rica voorkomen zijn er zeventien giftig. Wat gifslangen betreft kent Costa Rica eigenlijk twee groepen, de groefkopadders (o.a. de lanspuntslang of fer-de-lance) en de koraalslangen. De grootste slang van Costa Rica is de boa constrictor, een voor mensen ongevaarlijke wurgslang met een maximale lengte van 3,5 meter.
Costa Rica kent een aantal indrukwekkende hagedissen, waarvan de leguanen en basilisken het meest opvallen. De grootste leguanen zijn de zwarte en de groene leguaan. Basilisken zijn eigenlijk ook leguanen, maar hebben opvallende kammen op kop, rug en staart. Een veel voorkomend reptiel is de alligatorhagedis.
Krokodillen: brilkaaiman, Midden-Amerikaanse krokodil, spitssnuitkrokodil
Het
nationale park Santa Rosa is een van de belangrijkste beschermde natuurgebieden
van Costa Rica. Op Playa Nancite, in het zuiden van Santa Rosa, komen jaarlijks
tussen september en december honderdduizenden zeeschildpadden aan land om eieren
te leggen. Costa Rica is dan ook een van de belangrijkste nestgebieden van
zeeschildpadden.
Kikkers: roodoogboomkikker, pijlgifkikker, aardbeikikker, glaskikker
Vissen en andere zeedieren: zeilvis, blauwe marlijn, zwarte marlijn, geelstaartmakreel, ‘papagallos’, gladde hondshaai, knorvis, geelstaart, adelaarsrog, pijlstaartrog, aal, zee-engel, octopus, zeester, zeepaardje, walvishaai, hamerhaai, horsmakreel, langsnuitdolfijn, griend, zwarte zwaardwalvis, springkrab Bijzonder: longloze salamander
Insecten
Costa Rica kent zo’n tienduizenden verschillende insectensoorten waaronder, wandelende takken, termieten, parasolmieren, bid- en sabelsprinkhanen. In totaal zijn in Costa Rica ca. 3000 vlindersoorten geteld, waaronder de schitterende blauwe morpho, heliconiusvlinder, uiltje en grote pijlstaarten.
|